Geschiedenis

Hoe oud de valkerij precies is valt onmogelijk te zeggen. Haar ontstaan voert ons zeer ver terug, minstens 4.000 jaar geleden.

Het oudste tastbare bewijs van het bestaan van de valkerij is een bas-reliëf waarop een man voorkomt die een valk op de hand draagt. Dit werd gevonden in de bouwvallen van een stad in Babelonië en voert ons terug naar een tijd omstreeks 1700 vóór Chr.

Aan de hand van allerlei oude geschriften en afbeeldingen wordt aangenomen dat de valkerij haar oorsprong vond onder de herdersvolkeren van de uitgestrekte vlakten van Midden-Azië en dat zij van daaruit oostwaarts naar China, Korea en Japan is doorgedrongen en westwaarts naar Oost-Europa.

Met de grote volksverhuizingen in het begin van onze jaartelling, werd de valkerij naar West- en Zuid-Europa gebracht en is zij in onze streken in de 2e of 3e eeuw bij de Germanen bekend geworden.

Bij ons wordt voor het eerst verwezen naar de valkerij in de Lex Salica. De Salische Franken, die zich in 342 in Taxandrië (de Kempen) zijn komen vestigen, vaardigden in 422 een wet uit die boeten oplegde voor het stelen van afgerichte valken.
De uitgestrekte heidevlakten rond Turnhout en Arendonk waren een ideale plaats om te jagen. Tevens lagen zij op de trekroute van de migrerende valken uit het noorden.

Ingangsdeur Valkhof (Taxandriamuseum Turnhout)

De gewone man observeerde de vogel, wist hem te lokken en te vangen. Hij richtte hem af en gebruikte hem om in zijn bestaansmiddelen te voorzien. Er is zelfs een tijd geweest dat in de Kempen iedere boer een jachtvogel had.
De verzorgde opleiding door ervaren meesters had spoedig tot gevolg dat edellieden in onze streken de afgerichte valken kwamen opkopen en tevens de africhter ervan, de valkenier, in dienst namen. Hij vergezelde de vorst en de adellijke heren als bekwame helper en kenner van de afgerichte roofvogels op hun jachten en bij allerlei officiële aangelegenheden. De vorst vertoonde zich graag in het openbaar met zijn jachtvalk op de hand. De valk was een statussymbool.
Reeds in de 10e en de 11e eeuw was het Land van Turnhout befaamd om zijn valkeniers en zijn uitgestrekte jachtterreinen. De Vrijheid Arendonk werd het Mekka van de Europese valkerij.

Omstreeks de 13e eeuw werd een Gerechtshof voor valkerijaangelegenheden voor de zeventien provinciën der Nederlanden opgericht te Turnhout, “Het Valkhof”.

maria van bourgondie

Maria van Bourgondië

De grote doorbraak van de valkerij valt samen met het “luistertijdperk” van de Bourgondische Hertogen. Valkerij was toen het privilege van de Adel.
Keizer Frederik II von Hohenstaufer (13e eeuw), grootmeester in de valkerij en tevens een natuurwetenschapper die zijn tijd ver vooruit was, schreef het nu meest beroemde boek over de valkerij “De arte venandi cum avibus” (Over de kunst van het jagen met vogels).

In de 16e eeuw stonden de Kempense valkeniers zeer hoog in aanzien en genoten zij internationale vermaardheid.
Maria van Hongarije, zuster van Keizer Karel V, Landvoogdes der Nederlanden en Vrouwe van Turnhout (1531 – 1556) introduceerde onze valkeniers aan verscheidene Europese Hoven zoals Frankrijk, Spanje, Portugal, Duitsland en Denemarken. Ook in Engeland en Italië werden zij uitgenodigd en vorstelijk onthaald.
In de Kempen ontstond een ware handel. Niet alleen de verkoop van de vogels zelf, maar ook alle materialen en toebehoren die nodig waren bij het vangen, het africhten en het jagen werden er door ambachtslieden vervaardigd. De valkeniers werden zelfstandige handelaars en een zekere burgerij begon zich te ontplooien. Door de grote vraag naar valken ondernamen zij verre reizen naar de broedplaatsen van hun geliefde vogels, tot in IJsland, Denemarken, Noorwegen, Zweden en Letland.
De Franse Revolutie maakte een einde aan dit roemrijke verleden, de opkomst van de jacht met vuurwapens in de 19-de eeuw, het nieuwe vermaak van de adel, won meer en meer aan belang en heeft de valkerij verdrongen tot een kwijnend bestaan.
In de tweede helft van de 20e eeuw groeide algemeen de belangstelling voor de natuur, voor alles wat er in groeit en in leeft. Gelijktijdig met deze bewustwording kwam ook de valkerij terug onder de aandacht.
Momenteel zijn er in België een beperkt aantal valkeniers die zich actief inzetten om dit belangrijk cultuurhistorisch erfgoed te bewaren en door te geven aan het nageslacht.

Deze tekst werd samengesteld uit oude Nederlandstalige literatuur:
“de Valkerij in de Nederlanden” van A.E.H. Swaen
“Valkerij en Valkeniers Arendonk” van Lod. Coveliers
en verscheidene andere werken.